Stappen in het watertoetsproces
Het watertoetsproces kent in het algemeen de volgende vijf fasen:
- de ideefase
- de initiatieffase
- de ontwikkel- en adviesfase
- de besluitvormingsfase
- de uitvoerings- en beheerfase
De vijf fasen worden hieronder uitgewerkt. Er is ook een samenvattend schema beschikbaar:
De ideefase
Het watertoetsproces start wanneer de initiatiefnemer - meestal een gemeente - Hollandse Delta informeert over het initiatief (de initiatieffase), maar vaak gaat aan dit moment nog het nodige vooraf. Hoewel er geen sprake is van een echte processtap in zowel de ruimtelijke procedure als het watertoetsproces, spreken we in dit verband over de ideefase.
De ideefase is een strategische fase, waarin bijvoorbeeld een belangrijk onderwerp als locatiekeuze aan de orde komt. Het document bij uitstek waarin de gemaakte strategische keuze wordt vastgelegd is de structuurvisie. Hoewel het watertoetsproces juridisch gezien niet van toepassing is op de structuurvisie, is vroegtijdige betrokkenheid van het waterschap wel degelijk gewenst, want hierdoor worden moeilijkheden bij latere watertoetsprocedures voorkomen.
Hollandse Delta wordt graag betrokken bij het opstellen van structuurvisies en zal zich in de ideefase dan ook proactief opstellen. Zo wordt met iedere gemeente in het beheersgebied een periodiek RO-overleg gehouden. Ook is het waterschap voornemens een eigen strategische, ruimtelijke visie op het watersysteem te ontwikkelen: een waterstructuurvisie (ook wel waterkansenkaart of waterstructuurplan genoemd).
De initiatieffase
De initiatieffase start op het moment dat een initiatiefnemer - meestal een gemeente - contact opneemt met Hollandse Delta en het waterschap informeert over het ruimtelijke initiatief: wat is het plangebied, welke ontwikkelingen zullen plaatsvinden, welke ruimtelijke procedure wordt gevolgd (bestemmingsplan of projectbesluit) enzovoorts. Tevens zal de initiatiefnemer het waterschap om relevantie informatie vragen en verzoeken om aan te geven met welke uitgangspunten en randvoorwaarden rekening moet worden gehouden bij het betreffende ruimtelijke initiatief.
Het waterschap zal op zijn beurt de benodigde uitgangspunten en randvoorwaarden aangeven, liefst in de vorm van zo concreet mogelijke criteria. Ook stelt het waterschap de nodige informatie beschikbaar (een grote hoeveelheid informatie is reeds digitaal beschikbaar via het Geoportaal van Hollandse Delta). Tevens zal het waterschap zo vroeg mogelijk aangeven of voor de realisatie van het initiatief vergunningen of ontheffingen nodig zijn, bijvoorbeeld op grond van de Keur. Naast het over en weer uitwisselen van informatie maken initiatiefnemer en waterschap tijdens de initiatieffase zonodig afspraken over het verdere verloop van het watertoetsproces.
Aan het eind van de initiatieffase hebben initiatiefnemer en waterschap een duidelijk beeld over de inhoud en het verloop van het watertoetsproces. Zonodig worden de afspraken hierover vastgelegd in een afsprakennotitie. In de praktijk zal dit laatste vooral aan de orde zijn bij de complexere ruimtelijke initiatieven.
De initiatieffase is het moment bij uitstek om ruimtelijke initiatieven bij het waterschap kenbaar te maken via de Digitale Watertoets.
De ontwikkel- en adviesfase
Tijdens de ontwikkel- en adviesfase werken initiatiefnemer en waterschap samen aan de planontwikkeling. Op basis van de eerder verstrekte informatie en de afgesproken uitgangspunten en randvoorwaarden ontwikkelt de initiatiefnemer een concept-plan of -besluit en betrekt het waterschap daarbij. Het waterschap denkt mee en geeft, voorzover dat tijdens de initiatieffase nog niet is gedaan, aanvullende adviezen vanuit de kansen en beperkingen van het watersysteem. Zo worden bijvoorbeeld de noodzaak van en mogelijkheden voor compenserende en mitigerende maatregelen aangegeven. Ook kan tussentijds overleg plaatsvinden tussen initiatiefnemer en waterschap.
Zodra de planontwikkeling is afgerond wordt de ontwikkel- en adviesfase afgesloten met een formeel verzoek van de initiatiefnemer aan Hollandse Delta om een wateradvies uit te brengen over het ruimtelijke plan of besluit. Hiertoe legt de initiatiefnemer het concept of het voorontwerp van het plan of besluit, dat reeds is voorzien van een voorlopige waterparagraaf, ter beoordeling voor aan het waterschap. Het waterschap zal vervolgens met een formeel wateradvies (brief) reageren.
In het geval van een bestemmingsplan of een projectbesluit vinden het doen van een verzoek om een wateradvies en het uitbrengen van dat advies plaats in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1. (bestemmingsplan) of artikel 5.1.1. (projectbesluit) van het Besluit ruimtelijke ordening.
Digitale kennisgevingen omtrent het vooroverleg kunnen worden verzonden naar ruimtelijkeplannen@wshd.nl.
De besluitvormingsfase
Tijdens de besluitvormingsfase van het watertoetsproces weegt de initiatiefnemer het wateradvies van Hollandse Delta af en legt de uiteindelijke keuzes definitief vast in de waterparagraaf van het betreffende plan of besluit. Indien Hollandse Delta een negatief wateradvies heeft uitgebracht kan zonodig ambtelijk en/of bestuurlijk overleg plaatsvinden.
Vervolgens legt de initiatiefnemer het ontwerpplan of -besluit ter inzage. Tijdens de periode van terinzagelegging zal Hollandse Delta beoordelen in hoeverre aan eventuele opmerkingen uit het wateradvies is tegemoet gekomen. Indien het waterschap van mening is dat de waterbelangen nog niet voldoende in het plan of besluit tot uiting komen zal een zienswijze kenbaar worden gemaakt. Zonodig gebeurt dit in overleg met de provincie Zuid-Holland of de VROM-inspectie.
Na afloop van de terinzagelegging wordt het ruimtelijke plan of besluit door de initiatiefnemer vastgesteld. De eventueel door het waterschap kenbaar gemaakte zienswijze wordt hierbij betrokken. Indien ook bij de vaststelling niet aan de opmerkingen van Hollandse Delta tegemoet wordt gekomen, kan het waterschap uiteindelijk zelfs tegen de vaststelling in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ook in deze fase kunnen digitale kennisgevingen worden verzonden naar ruimtelijkeplannen@wshd.nl.
De uitvoerings- en beheerfase
Nadat een ruimtelijk plan of besluit in werking is getreden, start de uitvoering. Ook tijdens deze fase worden vaak nog keuzes gemaakt die relevant zijn voor de belangen van het waterschap, maar die niet in het ruimtelijke plan of besluit zelf konden of hoefden te worden geregeld. Bovendien zijn voor de uitvoering vaak diverse vergunningen noodzakelijk, waaronder vergunningen van Hollandse Delta (bijvoorbeeld op grond van de Keur). Een goede betrokkenheid van het waterschap tijdens de uitvoeringsfase is dan ook van groot belang.
Nadat de uitvoering van het plan of besluit is gerealiseerd, begint de beheerfase. Bij deze fase zal Hollandse Delta, als beheerder van o.a. het regionale watersysteem en de waterkeringen, vaak betrokken zijn. Indien dat tijdens de eerste fasen van het watertoetsproces nog niet is gebeurd, is dit het moment om afspraken over het beheer goed vast te leggen, bijvoorbeeld in een beheerplan.