Regels voor beregenen en het onttrekken van water uit watergangen

Beregening

Om te beregenen kunnen agrariërs water onttrekken aan watergangen langs hun landbouwgronden. Het waterschap constateert dat hiervoor steeds grotere installaties worden gebruikt. Onttrekken van water kan echter niet zomaar. Hiervoor gelden regels die zijn beschreven in de Keur van het waterschap.

Wat u wel en niet mag en moet doen, staat in de algemene regel 'WT 13. Lozen en onttrekken via een voorziening'. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid water die per uur wordt onttrokken aan de watergang:

Onttrekking van minder dan 20 m3/h (0,33 m3/min): hiervoor is geen meldplicht of vergunning noodzakelijk.

Onttrekking van 20 tot 300 m3/h (0,33-5 m3/min): verplicht melden uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking via het Waterschapsloket (tel. 0900-2005005 of e-mail 2005005@wshd.nl).
Wat moet u melden?

  • naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder;
  • het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden;
  • aanvang, einde en duur van de activiteiten;
  • omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering;
  • een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, constructie en afmetingen van de lozings-/onttrekkingsvoorziening, legenda en noordpijl.

Onttrekking van meer dan 300 m3/h (5 m3/min): hiervoor is een vergunning van het bestuur van het waterschap nodig.

De hierboven beschreven regels gelden voor de onttrekkingen die incidenteel zijn en plaatsvinden via een leidingwerk; hieronder verstaan we beregeningen. Er is geen sprake van ontwatering, zoals dat gebeurt via drains of een drainagestelsel.

Wat is de reden voor deze regels?
Het waterschap streeft ernaar om de waterpeilen in sloten en singels op hoogte te houden, daarom wil Hollandse Delta weten hoeveel water er onttrokken wordt. Hierdoor kunnen tijdig maatregelen getroffen worden om er voor te zorgen dat er voldoende water beschikbaar is. Voor hoofdwatergangen heeft het waterschap een zorgplicht. Voor alle andere watergangen een inspanningsverplichting.

Met name in perioden van droogte kan er spanning ontstaan tussen de hoeveelheid water in sloten en de hoeveelheid water die onttrokken wordt voor het beregenen van gewassen.
Het waterschap streeft ernaar zo lang mogelijk water beschikbaar te hebben voor alle partijen die water vragen. Wanneer de beschikbare hoeveelheid water dit niet meer toelaat, kunnen beregeningsverboden worden ingesteld. Als dit het geval is, staat dit op de website van het waterschap.

Naast voldoende water streeft het waterschap naar een goede waterkwaliteit. De waterkwaliteit, en dan met name het zoutgehalte in het water, wordt o.a. bepaald door het zoutgehalte van het water in de rivieren van waaruit het water ingelaten wordt in de polders. Daarnaast werken onttrekking van water uit de sloten verzilting in de hand. Dit komt doordat het slootwater dan voornamelijk gevoed wordt met kwelwater. Afhankelijk van het gebied is kwelwater ziltig of zelfs zout.